|
||
Dank zij zijn gunstige ligging aan de heerbanen Tongeren-Keulen en Tongeren-Nijmegen, was Riemst reeds zeer vroeg een belangrijke plaats. Dit bewijst trouwens de ontdekking in 1935 van Romeins vaatwerk uit de1ste eeuw op de plaats van een vroegere tumulus. Deze vondst wees op een rijk graf, waarvan de voorwerpen thans bewaard worden in het Gallo-Romeins museum te Tongeren.
De plaatsnaam wordt voor het eerst vermeld
in een oorkonde van 965 als “Rumanzeis". In de 11de-12de eeuw, wordt het «Reimost»,
«Ri(e)mest> en «Remost> en vanaf 1524 vondcn we als schrijfwijze «Riemst». De
oude dorpskern lag rond de kerk en over de Coenegrachtstraat. de huidige
Klein-Lafeltstraat. Hier lag de «Curia de Conegracht», een leengoed van de
graven van Loon dat reeds in de 14de eeuw bewoond werd door de familie
Coenegrachts. Andere hoven uit de 15de eeuw waren o.a. dit van Alde Biesen, het
hof “ In die Poorte” of het Lambrechtshof', het «Haageselshof» en het hof «De
Swaen», lange tijd bewoond door de familie Kerens uit Maastricht. Op deze plaats
zou vroeger een kasteel gestaan hebben, maar hiervan is niets meer te bespeuren.
In de 13de-14de eeuw maakte Riemst deel uit
van het domein van de graaf van Loon. Vanaf 1306, na de inlijving van Loon door
Luik .waren de heerlijke rechten in handen van de prinshisschop van Luik, die ze
in 1766 afstond aan graaf de Mean en later aan haron de Sluse,. kanunnik aan het
Sint-Lambertuskapittel te Luik.
De schepenbank van Herderen was ook bevoegd
voor Riemst ,.Men sprak er Loons recht en ging in beroep bij de buitenbank van
Bilzen. De gemeente, die in de 16de eeuw vooral geplaagd werd door pestepidemies,
had veel te lijden van doortrekkende en plunderende legerbenden o.a, in de
periode tussen 1579 en 1585 bij de belegeringen van Maastricht, verder in 1632.
1673, 1676 en 1747. Toen in 1794 onze gewesten werden ingelijfd hij Frankrijk
.werd Riemst van augustus tot december 1795 de hoofdplaats van een kanton, dat
18 gemeenien omvatte. Deze functie werd daarna over genomen door Millen en dit
tot 1802,
De eerste kerk, toegewijd aan
Sint-Martinus zou volgens pastoor Hubert Palmars (+ 1700) gebouwd zijn in de
6de eeuw. Het patonaats- of begevingsrecht was verdeeld tussen de graaf van
Loon en de abdis van Munsterbilzen, evenals trouwens voor de kerken van As,
Gellik en Genk (akkoord van 1303). De tienden werden in de 12de eeuw, door de
graaf gedeeltelijk aan de abdij van ‘s Hertogenrade (Rolduc) geschonken, waarna
ze in handen kwamen van de abdijen van Munsterbilien en Sinnich (Teuven), twee
stiften voor adellijke dames. Sinnich werd gesticht in 1243 door de abdij van
's-Hertogenrade. De oudst gekende pastoor van Riemst is een zekere Johan Van der
Hagen, vermeld in 1484, In 1595 werd Willem Martini aangesteld. Hij vond de
kerk in een erbarmelijke toestand, daar ze in 1584 door Spaanse soldaten,
gelegerd te Maastricht, was afgebrand. Bij gebrek aan geld kon hij slecht een
zijbeuk herstellen. Pastoor Martini overleed in 1603 aan de pest, in de toren
van Herderen. Hij werd in 1605 opgevolgd door Laurens Dirix uit Bolder, die in
1609 na een twist vermoord werd door zijn broer Peter. De kerk werd pas volledig
hersteld door pastoor Hubert Palmars van Herderen in 1671. In april 1687 werd
de kerk, evenals die van Herderen, op een nacht geplunderd en alles wat enige
waarde bezat werd meegenomen.
Meer over de geschiedenis van Riemst is te
lezen in liet werk "het verleden van Riemst”, samengesteld enkele jaren geleden
door Jean Boelen. Wie er zijn voorouders wil opzoeken, vindt op het
Rijksarchief te Hasselt niet alleen de registers van de burgerlijke stand vanaf
het jaar VI, maar ook de parochieregisters waarin de doopsels genoteerd staan
vanaf 1706 en de huwelijken en overlijdens vanaf 1757 en dit tot in 1843, De
schepenregisters zijn bewaard gebleven vanaf 1514 tot 1714, Het kerkelijk
archief vangt aan in 1632.
We danken Piet Peumans uit Millen. die ons
heel wat gegevens en over Herderen en over Riemst bezorgde, waarvan we dankbaar
gebruik hebben gemaakt om deze bijdrage samen te stellen